|
Dynojet vermogens testbank : Met een Dynojet 250 testbank meten we zowel dynamisch als statisch. Dynamisch vermogen van de motorfiets wordt gemeten op een rol. De rol wordt door de motorfiets aangedreven in een bepaalde versnelling. De computer berekent het vermogen. Statisch wordt de motorfiets vast gehouden op één toerental om vervolgens de motor te remmen. Vervolgens meet men het koppel van de motor en wordt er terug gerekend naar het vermogen. De belasting tijdens een testrun is vergelijkbaar met het rijden op de openbare weg. Onderdelen zoals motorblok en achterband worden hierbij niet onnodig zwaar belast. Vermogen:
Vermogen wordt beschreven als: de hoeveelheid arbeid verricht binnen een bepaalde tijdsduur. Bij de Dynojet testbank wordt dit gemeten door de rol (drum) met een massa van 600 kg te versnellen. Met de versnelling van de rol kan dan eenvoudig het vermogen berekend worden. P=vermogen in Watt of PK. Koppel:
Trekkracht of draaimoment: een tweede belangrijke grootheid is de trekkracht die de motor levert. Dit noemen we het draaimoment of koppel. M=F*L in Nm of kgcm. Verschillende vermogens: Door de tijd heen zijn er verschillende manieren bedacht om het vermogen te meten. Hierdoor zijn er verschillende uitdrukkingen ontstaan. De belangrijkste zijn: SAE DIN ISO en EC95/1. Elke standaard is een andere manier van meten. De SAE, zeer verouderd, deed de metingen (zonder dynamo, waterpomp, etc.) om het echte motorvermogen te bepalen. Eigenlijk zijn er momenteel nog maar twee normen in gebruik : DIN en EC95/1. Een belangrijk verschil tussen deze twee normen zijn de omgevingscondities. Zo wordt het DIN vermogen opgegeven bij 20 graden en het EC95/1 bij 25 graden omgevingstemperatuur. Verder wordt er bij de EC95/1 rekening gehouden met de luchtvochtigheid. Omgevingscorrecties:
Omdat de verbranding in de motor beïnvloed wordt door de omgeving, vindt hier een correctie plaats. Deze correcties zijn nodig omdat de condities sterk kunnen veranderen. Bv.: een meting van vorige week tijdens een natte dag met die van vandaag. Of de testbank nu op een berg staat of beneden het zeeniveau, door deze correcties wordt vergelijking van gegevens mogelijk.
Luchtdruk: De luchtdruk heeft een grote invloed op de prestaties van een motor. Logisch, hoe groter de luchtdruk, hoe meer de lucht in elkaar geperst wordt met als resultaat dat er meer lucht mee de cilinders in gaat dus zorgt voor een hoger vermogen.
Temperatuur: Ook de temperatuur heeft invloed. Bij lage temperaturen is de dichtheid van lucht groter, dus weer meer lucht in de cilinders.
Vochtigheid: Meer vocht in de lucht zorgt voor een koelere verbranding. Dat dit van invloed is op het vermogen mag duidelijk zijn.
Waarom een vermogensmeting:
De dynojet testbank is ontwikkeld om diverse metingen aan een motor te kunnen verrichten. De testbank kan worden gebruikt voor het detecteren van mogelijke defecten zowel motorisch als electrisch. De rol van de Dynojet vermogens testbank ofwel anders gezegd de drum is zo ontwikkeld dat deze overeenkomt met de weerstand van het asfalt. In principe kan elke willekeurige motorfiets gemeten worden met vermogens tussen de 0,5 en 500 PK. Nederland stelt strenge emissie eisen aan motorvoertuigen, door aan deze emissie eisen te kunnen voldoen worden motoren in een bepaald toerental geknepen om de uitstoot zo gunstig mogelijk te verkrijgen, in dit toerengebied gaat een motor zgn dippen. De Dynojet bank geeft het exacte toerental en fuel ratio aan in dit gebied, zodat we met deze gegevens en met behulp van een power commander of dynojet kit dit probleem kunnen verhelpen. Wat is een Dynorun:
Door verschillende metingen te verrichten op een dyno testbank komen we veel over een motor te weten. Mogelijke problemen die kunnen optreden zijn dat de motor niet goed stationair loopt, stottert bij het wegrijden, inhoudt bij een bepaald toerental, niet aan zijn topsnelheid komt en/of onnodig veel brandstof verbruikt. Bij een Dynorun wordt het vermogen en koppel van een motor gemeten in een bepaalde versnelling. Deze kan vergeleken worden met de gegevens van de database. Omdat een dynorun volgens standaard gegevens gemaakt wordt kan deze test met elke standaard Dynorun vergeleken worden. Ook wordt deze test gebruikt voor analyse van de uitlaatgassen en controle van de prestaties van de motor.
Powercommander:
De Power commander is een computer waarmee je het mengsel van een motor rijker of armer kan afstellen per toerengebied en gasklep tand, zodat de motor de optimale brandstof luchtverhouding krijgt. De Power commander is voorzien van een map die voor elk merk en type motorfiets verschillend is. U kunt een map downloaden, en uploaden naar uw Power commander. Deze map bepaald de lucht brandstof verhouding, ook kunt u de ontsteking van uw motor met bepaalde Power commanders verstellen (PC II, en IIIR). De PC wordt geleverd met een standaard map, is uw motor voorzien van een open uitlaat, dan dient u in de Power commander een nieuwe map te laden. Wilt u uw motor perfect afstellen dan is het de moeite waard om speciaal naar uw wens een map te laten maken, deze map wordt op een vermogens testbank aan uw motor aangepast. Introductie van de Power commander 1 1997 In 1997 werd de Power commander I geïntroduceert, deze was leverbaar voor de Suzuki TL1000S, TL1000R en de GSXR750/1998. Introductie van de Power commander 2 1999 In 1999 werd de Power commander II geïntroduceert, signalen van de verschillende sensoren worden door de PC geregistreerd en omgerekend doorgegeven aan de ECU van de motor. Met de Power commander II kunnen we de brandstof en ontsteking veranderen. Introductie van de Power commander 3 + 3R 2000 In 2000 introduceerde we de Power commander III, deze maakt gebruik van de direct injector techniek. De Power commander III wordt na de ECU geplaatst en maakt gebruik van de injector puls uit de ECU, veranderd dit pulssignaal en beïnvloed zo de hoeveelheid brandstof naar de injectors. Met de Power commander III kunnen we alleen de brandstof toevoer beïnvloeden. Eind 2000 komt er een Power commander IIIR uit, deze werkt volgens het principe van de Power commander III, als extra kunnen we nu de ontsteking verstellen. Introductie van de Power commander 3 USB 2003 In 2003 introduceerde we de Power commander III USB met dezelfde 'direct injector control' technologie als de Power commander III. |